Misère in de Molenstraat

Misère in de Molenstraat

ROOSENDAAL – De Molenstraat blijft de gemoederen bezig houden. Ooit een trotse entrée van de stad, met aan weerszijden belangrijke panden, zoals een deftige middelbare school voor meisjes, een dagblad, een indrukwekkende pastorie, een chique bank en vooral veel fraaie winkels. Dat is nu wel even anders, niet voor niets spreekt menigeen over de Polenstraat. Met aan weerszijden supermarkten voor onze nieuwe medelanders (Polen, Afrikanen), een reeks opgeheven middenstandsbedrijven en leegstaande kantoren. Met gelukkig ook nog enkele goede adressen, waardoor je uiteindelijk toch met plezier door of zelfs naar de Molenstraat gaat.

De komst van een reeks bedrijven waarvan we tien jaar geleden niet konden vermoeden dat ze ooit in onze winkelstraten zouden opduiken, zorgt ervoor dat zich ook een totaal nieuwe klandizie meldt. Gasten die blijkbaar anders over hoffelijkheid denken dan de bezoekers van jaren her. En nu wordt er dus dubbel geparkeerd, heel hard gereden, liederlijk gedronken en gezongen en afval gedumpt. Dat is de bewoners én de hardwerkende ondernemers uit de getroffen straat een doorn ik het oog. Ze uiten geregeld hun klachten, in open brieven, en via social media als facebook. Ze vinden ook nog gehoor. Tenminste, leden van de gemeenteraad stellen op gezette tijden vragen over de ontwikkelingen in dit oude stukje centrum. Maar dan houdt het op. Binnenstadswethouder Cees Lok heeft de beschikking over overlastgegevens en de resultaten van snelheidsmetingen. Die geven aan dat er niets aan de hand is. Brullende motoren, piepende remmen, snel optrekkende bolides, de asociaal geparkeerde auto’s: het zijn uitzonderingen, als we Lok mogen geloven. Op het stadskantoor is van geregelde overlast niets bekend. De bewoner, de ondernemer en geregelde bezoeker: zij weten helaas beter.

Hier lijkt sprake van een typisch voorbeeld van het ivoren-torengevoel van onze stadsbestuurders en hun ambtenaren. Zelfs van een hinderlijke en nog steeds groeiende overlastproblematiek op drie loopminuten van het stadskantoor hebben ze in hun burelen geen weet. Zou het toeval zijn dat net Cees Lok als wethouder deze kwestie zo benadert? Dat is immers ook de man die als verkeerswethouder aan de hand van meetresultaten weet dat er nauwelijks overlast kan zijn van hinder door problemen met spoorwegovergangen in Tolberg. Dat de bewoners van die wijk (qua inwonertal groter dan menig plattelandsgemeente) zich op gezette tijden compleet opgesloten voelen (en afgesloten van bij voorbeeld hulpdiensten), dringt niet door tot deze wethouder, die zelf nota bene in Tolberg woont. Soms doet een mens er goed aan zijn oor eens te luister te leggen bij een medemens. Zelfs voor een bestuurder kan dat nuttig zijn.

4 Reacties

Reageer